zaterdag 2 september 2017

H.E.R.F.S.T

Zelfs de meeuwen trekken alweer weg. Ik kan mij nog goed herinneren dat ze hier aankwamen op een heldere dag ergens eind februari. Ik lag op mijn buik op het gras in de tuin. Het was ongewoon zacht voor de tijd van het jaar en mijn hond lag naast mij. In de glans van haar ogen weerspiegelde de hemel. Ik zag de eerste meeuw van het jaar via het fonkelende hoornvlies van mijn hond die plots schuin omhoog had gekeken waarna de hemel ineens weer verdwenen leek. Ook ik had de schreeuwerijen van de meeuwen waargenomen en keek met haar mee. Het waren er niet veel, ze slaakten een enkele kreet. Dit was niets vergeleken bij het kabaal wat ze in juli kunnen maken, als de nog te verwekken jonge vogels vliegles gaan krijgen en daarbij met veel gekrakeel beschermd worden door hun ouders. Tot dan en nadien zijn ze minder luidruchtig aanwezig. En nu, aan het eind van het seizoen, zwermen zowel de oude als de jonge vogels uit. Het begin van de herfst gaat steevast gepaard met het wegvallen van inmiddels vertrouwd geworden geluid en activiteit. Soms bijna ongemerkt. Zoals gisteren, tijdens die laatste zwoele najaarsdag. Waarop libellen, de dwingende warmte trotserend, in pirouettes om mijn hoofd cirkelden en ik bijna vergat dat het vandaag niet meer zo zou zijn.
Ik merk het aan alles. De herfst komt.
Het snerpende geluid van de vehikels van tourende motorrijders echoot na over het platte Zeeuwse land. De meesten keren terug richting randstad. Zon en zee laten zij achter. En de dijken, waar zij zo graag overheen scheurden, worden voor de laatste keer dit jaar nog eens goed gemaaid.
Een oudere man die, vlak bij ons huis, steeds langskomt om in de Oosterschelde te zwemmen en daarmee probeert zijn psoriasis te bedwingen heb ik ook alweer een tijdje niet gezien. Het wordt er langzaamaan te koud voor vermoed ik. Als hij wijs is volgt hij de meeuwen.
De stalling voor boten, aan de andere kant van de dijk tegenover ons huis, raakt langzaamaan voller. In de nacht, tijdens het inslapen, hoor je de opgerolde zeilen schuren in de wind. De scheepstouwen striemen tegen de cabines  als een kalmerend, repeterend mantra. Pas als de schepen naar binnen worden verplaatst en het ijzig stil wordt, is het winter. Dat duurt nog even, goddank.